Alles over onderhoud en proces-optimalisatie

MaintenanceBenelux.nl
Zoeken
Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!
Lees de maandelijke nieuwsbrief.

Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

Industrie 4.0: een kwestie van snelheid of vertrouwen?

Stuur per email
Twitter dit bericht

Hoe ver zijn we, en hoe ver zouden we moeten zijn…

Download dit artikel als pdf
U krijgt direct een link toegestuurd.
Ook ontvangt u onze eerstvolgende nieuwsbrief.
Is uw adres bekend, dan verschijnt de pdf meteen.

Industrie 4.0 houdt de gemoederen flink bezig. Want hoe hard sommige partijen ook roepen dat het hier om een ‘hype’ gaat, het valt niet te ontkennen dat er ‘iets’ gaande is dat zich bovendien in een stroomversnelling lijkt te bevinden en dírect gekoppeld is aan samenwerking en communicatie. Zes mannen uit de industrie wisselen van gedachten over het onderwerp op basis van vijf stellingen en overtuigen elkaar dat Industrie 4.0 Kansen biedt. Met een hoofdletter. Maar dan moet er wel nog een heleboel gebeuren...

Stelling 1: In de nabije toekomst kan een gebruiker volledig zijn eigen auto vormgeven. Een massaproduct volledig op maat gemaakt binnen een van te voren gestelde tijd. Om mee te kunnen in deze vierde industriële revolutie, oftewel Industrie 4.0, moeten alle bedrijven die leveren in deze keten nú al hun voorbe reidingen treffen. Achterblijven is straks de boot missen.

Rob Hommersen, directeur van Endress + Hauser, trapt af door aan te geven dat juist de automotive op dat vlak al heel ver is. “De auto is een prima voorbeeld van een product dat al bijna klaar is om ‘online’ te gaan. De functionaliteiten worden immers niet meer door de hard ware bepaald maar grotendeels door de keuze van de sensoren en de software.

Meer informatie

Onderwerppagina's

Complete tekst

Industrie 4.0 houdt de gemoederen flink bezig. Want hoe hard sommige partijen ook roepen dat het hier om een ‘hype’ gaat, het valt niet te ontkennen dat er ‘iets’ gaande is dat zich bovendien in een stroomversnelling lijkt te bevinden en dírect gekoppeld is aan samenwerking en communicatie. Zes mannen uit de industrie wisselen van gedachten over het onderwerp op basis van vijf stellingen en overtuigen elkaar dat Industrie 4.0 Kansen biedt. Met een hoofdletter. Maar dan moet er wel nog een heleboel gebeuren... Stelling 1: In de nabije toekomst kan een gebruiker volledig zijn eigen auto vormgeven. Een massaproduct volledig op maat gemaakt binnen een van te voren gestelde tijd. Om mee te kunnen in deze vierde industriële revolutie, oftewel Industrie 4.0, moeten alle bedrijven die leveren in deze keten nú al hun voorbe reidingen treffen. Achterblijven is straks de boot missen. Rob Hommersen, directeur van Endress + Hauser, trapt af door aan te geven dat juist de automotive op dat vlak al heel ver is. “De auto is een prima voorbeeld van een product dat al bijna klaar is om ‘online’ te gaan. De functionaliteiten worden immers niet meer door de hard ware bepaald maar grotendeels door de keuze van de sensoren en de software. En die keuze is in een laat stadium van het proces te maken. Maar ook de pro cessen zelf zijn al goed op de consument afgestemd. Zo is de verfkleur volledig in het ERP-systeem opgenomen en wordt automatisch aangebracht. Geen mens die hier nog aan te pas komt. Logistiek levert deze aanpak ook een gigantische flexibiliteit op. De klant bepaalt de eigen schappen en krijgt ze ook.” Haken en ogen Terwijl André Braakman, branchemanager Feda, geniet van het vooruitzicht dat er auto’s met hoge snelheid van A naar B gaan reizen, vraagt Raymond Kamp, commercieel manager van de divisie procesautomatisering van Egemin zich af of ‘we’ daadwerkelijk al zo ver zijn. “Meestal kun je uit een beperkt aantal modellen kiezen en vervolgens uit een boodschappenlijst aan mogelijke acces soires. Maar echt zelf je auto samenstellen achter het scherm? Vooralsnog is de auto-industrie ingericht om zo kostenef ficiënt mogelijk te produceren, dus mas- saproductie. Wat er nu gebeurt zijn prima stappen om de kaders te verzetten, maar we zijn echt nog niet bij de mogelijkheid een auto volledig klantspecifiek weg te zetten.” Piet Tak, directeur van B&R Industriële Automatisering, reageert dat dit wellicht nog niet zo ver is maar dat we het wel snel dichterbij zien komen. “Als er één bedrijfstak is die zich zorgen maakt over de toekomst, dan is het wel de auto motive. Er moet veel veranderen in hun processen en al deze veranderingen gaan géén extra omzet opleveren maar beperken hooguit de schade. Dit heeft te maken met het feit dat de klant van de toekomst, of eigenlijk al van nu, heel anders tegen een auto aankijkt. Voor de generatie 40 – 60 jaar is de auto vaak een statussymbool terwijl de jongere generatie het ziet als een functioneel klant en de grondstoffen. Hij wil zijn voorraden beperken en wordt daarbij geconfronteerd met het feit dat producten niet meer 25 jaar lang hetzelfde zijn, maar steeds vaker wisselen. Voor consumen tenproducten is drie jaar de gemiddelde levenscyclus tegenwoordig en dat heeft ook weer gevolgen voor de productie machines en -automatisering.” Het kan natuurlijk wel, enkelstuks produc tie, precies afgestemd op de behoefte van de klant. Paul Petersen, directeur van FHI: “Of dat wel of niet gebeurt, heeft dan meer te maken met de finan - ciële haalbaarheid en de productiemo gelijkheden. Ook wanneer het technisch gewoon allemaal mogelijk is.” serieproductie of niet Is Industrie 4.0 dan wellicht alleen inte- ressant voor bedrijven die aan serie- productie doen? Toch niet. Kijken we bijvoorbeeld naar de agro-industrie, dan is te zien dat rondom planten en bloe men enorm veel data worden verzameld opdat de kwaliteit en vele andere as pecten van te voren vastliggen en in de keten kunnen worden gecommuniceerd. ding waarmee je van a naar b komt. Dat moet vooral veilig en snel kunnen en ze vinden het minder belangrijk dat het vervoermiddel hun eigendom is. Dat de keuze nog beperkt is, klopt wel maar dat heeft ook te maken met het feit dat de inkoper een brug moet slaan tussen de 20 21 Maintenance Benelux Nr. 2 - mei 2015 de mens als lei(ij)dende factor. Industrie 4.0 is het nieuwe denkbeeld voor flexibiliteit en efficiëntie I ndustrie 4.0 Xxx xxxxxx Maintenance Benelux Nr. 2 - mei 2015 Paul Petersen, directeur van FHI (Federatie van technologiebranches): Piet tak, directeur B&r Industriële Automatisering: Peter van doesum, directeur bij denios: raymond Kamp, commercieel manager divisie procesautomatisering van egemin: 22 Dit artikel is afkomstig uit Maintenance Benelux www.maintenancebenelux.nl © Vezor Media IndustrIe 4.0 Maintenance Benelux Nr. 2 - mei 2015 uitdaging bij technicus, manager en boekhouder Op deze manier kunnen bijvoorbeeld supermarkten rekening houden met de kwaliteit en het soort producten die in een bepaalde kwaliteit en hoeveelheid beschikbaar komt. Is deze vorm van flexibiliteit niet ook door te trekken naar de machinebouw? Paul Petersen meent dat wellicht dáár een belangrijk pro bleem zit die het efficiënt toepassen van Industrie 4.0 belemmert. “Er zijn echt veel bedrijven die in een keten zitten waar voldoende flexibiliteit mogelijk is. Een bedrijf als Philips splitste bijvoorbeeld alles op in subgroepen om dit te bereiken. De praktijk leerde echter dat juist communi catie vaak een ‘bottleneck’ was omdat de verschillende afdelingen elkaar niet begrepen of niet kenden.” Ketensamenwerking Stelling II: Een prima brug naar stelling II die aangeeft: In de automobielindustrie en agrosector zien we Industrie 4.0 nu het hardste opkomen. Beide sectoren zijn van oudsher gewend om intensief met toeleveranciers samen te werken en veel data te verzamelen. Als deze gegevens worden gedeeld met andere schakels in de keten (van transportonderneming tot supermarkt bij de agrosector) dan kan dat leiden tot forse besparingen. Ketensamenwerking is echter de grootste uitdaging bij Industrie 4.0. Iedereen zegt te willen samenwerken, maar tot welk niveau? Wat is acceptabel en waar ko men de rechten te liggen? Peter van Doesum, directeur bij Denios: “Communicatie kun je op twee vlakken zien: de communicatie tussen mensen onderling (face-to-face) en machines die met elkaar communiceren. Mijn ervaring is dat het niet meevalt om in Zonder samenwerking geen Industrie 4.0 een keten iedereen met elkaar te laten communiceren. Als autofabrikant heb je bijvoorbeeld te maken met tientallen, zo niet honderden toeleveranciers. En er zijn maar weinig mensen die anderen in hun spreekwoordelijke keuken laten kijken. Bovendien is er in mijn optiek ook veel mis met de communicatie tussen de verschillende afdelingen van een bedrijf. Kijk je naar de klanten van ons bedrijf, wij leveren veiligheidsoplossingen, dan zie ik dat er intern geen tijd meer is om in dis cussie te gaan over de beste oplossing. Sterker nog: de beslissing over dergelijke belangrijke onderwerpen wordt door het hogere management afgeschoven naar het middenmanagement die vervolgens besluit voor de goedkoopste oplossing van een ‘dozenschuiver’. Deze vindt hij weer door met zijn pakketje eisen op het internet te zoeken waardoor hij belang - rijke kennis, onze toegevoegde waarde, ontbeert.” Braakman vult aan: “De factor mens is wat dat betreft dus één van de belang rijkste schakels bij Industrie 4.0.” Tak meent: “De belangrijkste belemme ring om samen te werken zit inderdaad in de angst om te delen.” Kamp: “Terwijl het juist alleen maar belangrijker wordt om te communiceren. Zeker wanneer we meer klant georiënteerd gaan werken, door van serie, naar batch naar enkelstuks fa bricage te gaan.” Ook Petersen meent: “Het is vooral belangrijk dat alle partijen de noodzaak tot communicatie vóelen. Als je weet dat je alleen de klant goed kunt bedienen door in de hele keten te communiceren, dan is de stap denk ik eenvoudiger.” Open standaards Hommersen wil in het kader van commu- nicatie tussen machines onderling, graag een lans breken voor open standaards. “Als je een machine modulair wilt opbou wen, dan is het van groot belang dat de verschillende bouwstenen of modules eenvoudig en met elkaar kunnen com municeren. Dat kan alleen wanneer alle producenten van deze bouwstenen met een open standaard werken. Dat gebeurt nu nog te weinig. Je ziet ook dat bedrijven die vasthouden aan hun eigen product en eigen communicatieprotocol het steeds moeilijker krijgen. Bedrijven die succesvol zijn, denken in waarde voor de klant en dat betekent dat die klant zelf kan kiezen welke modules hij wil ge bruiken en dat hij de intelligentie door de software laat bepalen.” Ook in Industrie 4.0 is de ketting zo sterk als de zwakste schakel. Een mogelijk probleem met open standaarden is de vraag waar de ver - antwoordelijkheid ligt wanneer er wat gebeurt. Tak: “In de PLC-wereld is dat redelijk goed geregeld. Iedere PLC heeft een eigen operating systeem waarmee de fabrikant automatisch verantwoor delijkheid neemt. En dat is goed. Ik denk dan ook dat iedereen die gebruikmaakt van een open basis, daar een eigen schil omheen moet bouwen om de ver antwoordelijkheden goed af te kunnen bakenen.” Petersen: “Open en veilig is wat dat betreft een lastige combinatie.” Terwijl Braakman aangeeft: “We kennen allemaal de voorbeelden waar het mis is gegaan in de communicatie. Voorbeel den die denk ik ook invloed hebben op alles wat in de industrie gebeurt en daar ook angst zaaien om in een open plat form zomaar alles te delen.” Informatiebeschikbaarheid Stelling III. Openheid een ‘must’ in de productieketen in het kader van Industrie 4.0. ‘Alles in de cloud te plaatsen’ lijkt voor Europa een groot struikelblok omdat Europeanen niet gewend zijn aan het fenomeen ‘big brother is watching you’. Hoewel Braakman weet dat het niet al leen de Europeanen zijn die hier moeite mee hebben, verdeelt Tak de beschik baarheid van informatie in tweeën. “Wanneer je het over de cloud hebt, dan heb je twee problemen. Het eerste is de groep mensen die het slecht voorheb ben met andere mensen. Het tweede probleem is het feit dat bedrijven de technologieën waarin zij veel geld heb ben geïnvesteerd om deze te ontwikkelen, graag willen beschermen. Dat je als bedrijf zaken deelt met andere partijen als je dit zo hebt afgesproken: ok. Maar verder is de cloud nog lang niet veilig genoeg.” Vertrouwen De uitspraak dat de cloud nog onvoldoende veilig is om zomaar alle data neer te leggen, wordt algemeen onder kend. Bovendien is iedereen het er over eens dat een goede communicatie en samenwerking, en dús Industrie 4.0, pas mogelijk is wanneer er een cultuur van vertrouwen is gecreëerd. En díe is nog ver te zoeken. Van Doesum: “Ik heb het aan de spreekwoordelijke lijven onder vonden toen ik deelnam aan een groep bedrijven die gezamenlijk een standaard wilde bepalen. Dat is dus niet zomaar gelukt omdat niemand bereid was zijn kennis te delen. Wat dat betreft is de vertrouwenskwestie één van de eerste problemen die moet worden opgelost om Industrie 4.0 optimaal werkend te krijgen.” Ook Hommersen gaat hierin mee. “Openheid en vertrouwen zijn essentieel om klanten toegevoegde waarde te kunnen bieden. Partijen die het meest transparant zijn, winnen. En als je het over samenwerken hebt, dan is de meest ultieme vorm wel het ‘partnership’. Maar let op, veel bedrijven menen een partnership te hebben, maar als je dat écht hebt ben je niet alleen bereid om je eigen kennis en gegevens te delen, maar ben je ook bereid te investeren in de kennis- en productontwikkeling van je partner. Dat durft en kan lang niet elk bedrijf; meestal is het zogenaamde partnership niet meer dan een koopovereenkomst.” De benodigde openheid is niet een - Industrie 4.0: kostenbesparing door efficiënte kennis en informatie-uitwisseling. voudig te creëren maar is wel degelijk mogelijk wanneer er wettelijk zaken worden vastgelegd. Zoals in Reach. Van Doesum: “Reach verplicht om álles vast te leggen wat er met een bepaalde stof gebeurt zodra hij Europa binnenkomt. Het is een heel karwei voor bedrijven om dat op poten te zetten maar het heeft een enorme openheid gecreëerd in de branche en een gewenning om open te communiceren.” Tak meent: “In de industrie is dat wellicht lastiger om dat bedrijven die veel geld stoppen in het ontwikkelen van nieuwe producten, uiteindelijk hun geïnvesteerde geld te rug willen verdienen. Zomaar met iedereen delen en daarbij de kans lopen dat zaken zomaar worden gekopieerd is derhalve een groot risico.” de rol van de robot Maar moeten we wat de snelheid van de ontwikkelingen betreft niet ‘bang’ zijn voor Industrie 4.0? Of zoals stelling IV aangeeft: Robots, sensortechnologie en Rfid gaan bij Industrie 4.0 een grote rol spelen. Vooral robots die autonoom kunnen werken en kunnen reageren op externe prikkels zijn in opmars. Wordt het motto van de toekomst: loslaten en je overgeven aan de robot? Tak denkt van niet. “Een robot doet uiteindelijk wat de mens hem heeft geleerd.” Maar daar is niet iedereen het mee eens. Braakman denkt dat er wel een tijd komt waarin de robot bepaalt wat goed is voor ons en Kamp is ervan overtuigd dat we in het tijdperk zitten van ‘trendmaking’. “Je hebt trendwatching, waarbij je een trend volgt die gaande is maar ook trendmaking. Dat je daadwerkelijk bezig bent met het ontwikkelen van een nieuwe trend. En die tijd is nú gaande. Je kunt wat dat betreft ook zeker niet meer achterover hangen, je móet bezig zijn.” Met de opmerking dat we al verder zijn dan we denken, komen al snel de opmerkingen dat ‘men’ inderdaad wel eens verbaasd is over de snelheid waar mee de ontwikkelingen zich voortplanten. Bovendien beseffen de deelnemers aan deze rondetafelconferentie, met een leeftijd die gemiddeld boven de Vertrouwen is de basis van Industrie 4.0 weten natuurlijk niet hoe het zich gaat ontwikkelen. Maar ga niet stilzitten. Kijk naar de beschikbare technologieën en mogelijkheden en zoek uit hoe je ze kunt benutten.” tijdpad Tot slot de vraag hoe snel Industrie 4.0 een feit zal zijn. Hebben we het hier over tien jaar, meer of wellicht minder? Deze vraag is pas te beantwoorden wanneer er een duidelijke definitie zou bestaan van het begrip Industrie 4.0. Bovendien is het uiteraard een proces dat geleidelijk verloopt en waar we al midden inzitten. Het bewijs hiervan wordt geleverd door het feit dat de product cycli steeds korter worden, juist dóór de technologische ontwikkelingen. Zelfs de televisie lijkt verdrongen te worden door youtube en het internet. Tak: “De cyclus wordt niet meer bepaald door het pro duct zelf maar door de verbetering van het vervangende product. Om dit als bedrijf te kunnen bijhouden is samenwer - king, daar is hij weer, absoluut noodzakelijk. Doen we dat niet, dan worden parallel dezelfde stappen ontwikkeld en dat is eigenlijk jammer van de tijd. Als je het samen doet, ben je eerder klaar en kun je de resterende tijd gebruiken om weer nieuw en verder te ontwikkelen. Krachten bundelen en kennis delen zorgt ervoor dat de kosten niet meer in de ontwik keltijd zitten maar vooral nog in bijvoor- beeld de tijd die nodig is om producten te testen. Wel belangrijk dat alle partijen in een keten dit snappen, alleen dan is een optimale samenwerking mogelijk.” De boodschap is duidelijk. Communica tie, vertrouwen, open ogen en méé met de flow die Industrie 4.0 heet voor een maximale overlevingskans.
 
 .
 .
 .