Bijna iedere persluchtinstallatie is voorzien van een buffervat met een manometer die het systeemdruk weergeeft. Een buffervat levert eigenlijk alleen perslucht als de compressoren ervoor geen perslucht leveren. Met de komst van toeren-geregelde compressoren is de functie van zo’n primair buffervat discutabel geworden omdat het alleen als statische buffering gebruikt wordt. Toch is het mogelijk om een buffervat dynamisch in te zetten en daarmee traagheid van een persluchtinstallatie te verkleinen, continuïteit te verhogen en besparingen te realiseren. Daarvoor moet het verschil tussen statische- en dynamische druk duidelijk worden. Als in de productie een pneumatische component aangestuurd wordt, zal de statische druk waarmee het gevoed wordt mee zakken. Dit heet dynamische druk. Voordat de druk hier gecompenseerd kan worden, moet dit signaal eerst tot de opwekking komen waarop de compressoren hierop zullen reageren. Na verloop van tijd zal de druk bij deze persluchtgebruiker weer merkbaar oplopen. De tijd tussen drukdaling en drukverhoging wordt 'traagheid van een installatie' genoemd en veroorzaakt dus drukdippen bij de eindpunten. Om zulke drukdippen te voorkomen wordt preventief de opwekkingsdruk onnodig verhoogd wat extra energie kost. Traagheid in een persluchtsysteem is heel gemakkelijk zichtbaar te maken door debiet en druk in één grafiek weer te geven. Beide grafieken tonen elkaars spiegelbeeld (hoog verbruik resulteert in drukdaling en laag verbruik in drukverhoging). De eenvoudigste manier om dit aan te pakken is door gebruik te maken van een slimme compressorregeling die op meerdere plekken in de fabriek het netdruk meet en daarop de compressoren aanstuurt. Wees er bewust van dat hierbij extra elektrisch vermogen wordt ingezet en de compressoren onrustiger gaan draaien. Traagheid elimineren en de compressoren niet op iedere drukfluctuatie te laten anticiperen kan op een veel eenvoudige wijze gerealiseerd worden door toepassing van een flowdrukregelaar die het buffervat weer dynamisch maakt. Door van het buffervat een soort stuwdam te maken wordt gebruik gemaakt van een Geveke ControlAir IFC flowdrukregelaar. Hiermee kan de traagheid van de installatie geëlimineerd worden, want het expanderen van perslucht uit het buffervat binnen een bandbreedte van 0,07bar is vele malen sneller dan dat een compressor die optoert en de drukdip compenseert. De grootste fabel die rondgaat is, dat om het buffervat als zodanig te gebruiken de opwekkingsdruk verhoogd moet worden. Dit is absoluut niet waar, want we meten bij de gebruikerspunten de minimale druk waarop alles nog probleemloos draait en stabiliseren eerst de druk op die waarde binnen een bandbreedte van 0,07barg. Door deze zeer stabiele druk in de productie blijkt in praktijk dat men nog verder in druk kan zakken. Daarna wordt de opwekkingdruk tot het buffervat verder verlaagd tot maximaal 0,5 barg hoger dan de behaalde netdruk. Hierdoor is er dan continu 0,5 x tankinhoud beschikbaar voor expansie binnen 0,07 barg. Geveke garandeert dus dat na implementatie van een ControlAir IFC de opwekkingsdruk verder verlaagd kan worden. In tegenstelling tot een reduceer werkt een goed gedimensioneerd flowdrukregelaar zonder drukval. Hierdoor is het in staat om de druk onafhankelijk van het verbruik stabiel te houden. Resultaat: bij wisselend hoog en laag verbruik blijft netdruk stabiel binnen 0,07barg omdat het altijd dynamisch gecompenseerd wordt door expansie uit het buffervat. Geveke kan flowdrukregelaars leveren vanaf 5 tot 200 m3/min in verschillende uitvoeringen. Voordat de stappen naar optimalisatie gezet kunnen worden voert Geveke een uitgebreide Air-audit uit, analyseert de data en adviseert de benodigde stappen. De data van de Air-audit is online te volgen omdat wij gebruik maken van een 4G IOT meetsysteem die gekoppeld is aan Geveke Connect portal.