Snel even iets verplaatsen, wie doet dat nooit? En of we op zo’n moment verantwoord tillen, daar denken we niet altijd aan. Maar als we nu eens gecorrigeerd werden door onze bedrijfskleding? In het magazijn van de bedrijfskledingfabrikant ontdekten ze laatst iets interessants. Op de afdeling bulk tilden mede- werkers meestal op een verantwoorde manier. Maar op de afdeling Pick ging het juist vaak mis. Misschien niet zo uitzonderlijk, geeft productmanager Vinsent Jansen toe. “Want juist bij bulk zitten de producten in grote dozen, en die zijn zwaar. En bij Pick heb je als medewerker te maken met afzonderlijke stukken bedrijfskleding. Die zijn veel lichter, en dus til je al snel wat nonchalanter.” En toch, bovenstaande constatering is nuttig. Want volgens Jansen is ook het verkeerd tillen van lichte voorwerpen riskant. “Nee, je zult je inderdaad niet snel vertillen, en het is ook niet heel erg belastend. Maar het gaat wel om veel kleine, snelle handelingen – die mensen dus op een minder goede manier uitvoeren. En dat is niet erg gezond.” Sensoren Interessante gegevens dus, maar hoe kreeg HAVEP die boven tafel? Het antwoord ligt verscholen in de bedrijfskleding. Daar- in zit een sensor die de bewegingen van de medewerkers registreert. “Ten eerste kan die zien hoeveel bewegingen je maakt”, zegt Jansen. “Maar hij kan die afzonderlijke bewegingen ook herkennen. Sterker nog, hij zal ze beoordelen. We hebben er data ingevoerd over de natuurlijke, optimale bewegingen: die zal die sensor dus vergelijken met de bewegingen van de des- betreffende werknemer.” Andere branches Tot zover de pilot. Want uiteraard heeft HAVEP deze sensoren niet alleen ontwikkeld voor intern gebruik. De kledingfabrikant wil ze ook inbrengen in zijn bedrijfskleding – en dan in eerste instantie voor de sectoren Zorg en Bouw. “De bouw is al relatief ver op het gebied van veiligheidskunde en ergonomie”, zegt Jansen. In de sector Industrie ziet Vlaming wat meer obstakels. “Daar moet de veiligheidskleding voldoen aan veel eisen: ze moet bij- voorbeeld vlamvertragend zijn en antistatisch. Dat maakt het aanbrengen van die chips lastig. Bovendien heb je in deze branches vaak te maken met stoffen die kunnen ontploffen. Toekomst Maar let op: dan heeft Vlaming het over de situatie in 2016. Want de technische ontwikkelingen gaan volgens hem heel snel. “In de toekomst willen we niet alleen iemands houding kunnen monitoren, maar ook zijn spieractiviteit, zoals nu al gebeurt in de sportwereld. We willen nog beter analyseren hoe iemand beweegt, vooral in gevaarlijke situaties. En uiteindelijk willen we ook mensen kunnen monitoren op gezondheid. Hoelang het nog zal duren voordat het zover is? Dat is onder andere afhankelijk van de interesse uit de markt. Ik denk dat we nog zo’n vijf tot tien jaar moeten wachten. Maar als het aan mij ligt, korten we dat in tot twee jaar.”