Ruim 1 op de 3 Nederlandse werknemers in de maakindustrie (37%) voerde afgelopen jaar werkzaamheden uit waarvoor hij/zij officieel niet (volledig) bevoegd was. Dat blijkt uit onderzoek van Protime onder 214 werkenden in de maakindustrie.
Slechts 13% gaf aan dat een bevoegde collega in zo’n geval het werk overneemt. Voor 34% waren productiedruk of deadlines aanleiding om toch aan het werk te gaan. Ook personeelstekorten spelen een belangrijke rol: 32% noemt dit als reden om onbevoegd werkzaamheden uit te voeren. Een deel van de werknemers ziet de risico’s van onbevoegd werken wel: 26% zegt het kan leiden tot gevaarlijke werksituaties, 23% noemt concrete ongevallen als grootste risico en 18% wijst op meer fouten en kwaliteitsverlies.
Toch ligt 68% niet wakker van de veiligheidsrisico’s. Leonie Gorisssen, directeur Nederland bij Protime, zegt: “Bijspringen is vanzelfsprekend geworden. Die bereidheid is op zich waardevol, maar gaat ten koste van veiligheid en kwaliteit. Juist omdat werknemers dat zelf niet direct zien, moeten werkgevers hier grip op houden. Dat begint met inzicht in welke certificeringen medewerkers hebben en welke werkzaamheden ze mogen uitvoeren.” Werkgevers moeten ook goed bijhouden wanneer taken verschuiven, collega’s zich bijscholen of nieuw personeel instroomt. Alleen dan blijft de veiligheid van alle werknemers gewaarborgd.