Tekst: Jaap van Ede | Fotografie: Vandemoortele

De procesapparatuur in de margarinefabriek van Vandemoortele in Izegem (B) was sterk verouderd. In drie jaar transformeerde het bedrijf naar een Smart Factory. Fabrieksmanager Nele Union vertelt hoe dit in zijn werk ging.

Voedingsmiddelenbedrijf Vandemoortele is een goed voorbeeld van een pragmatische benadering van smart industry (zie kader). Het bedrijf koos voor een stapsgewijze invoering van veranderingen. Niet alles tegelijk overhoop trekken, maar beginnen met wat direct toegevoegde waarde biedt.

Visie

Fabrieksmanager Nele Union van Vandemoortele Izegem vertelt hoe het bedrijf dit heeft aangepakt. “Eerst even wat geschiedenis: wij zijn in 1899 opgericht, en nog steeds een familiebedrijf. We maken bakkerijproducten en margarines, en doen dat met 4.000 mensen in 12 landen. Onze margarinefabriek in Izegem is vermoedelijk de grootste in Europa, maar de procesapparatuur daar was sterk verouderd.” Union toont een foto van een oude relaiskast uit 2016, waar nog maar heel weinig mensen mee om konden gaan. Wat een contrast met hoe de fabriek er nu uitziet. Nu is het bijvoorbeeld mogelijk om apparatuur te diagnosticeren met tablets. Toch zegt Union dat de belangrijkste factor niet de technologie is geweest. Een heldere visie, gecombineerd met aandacht en respect voor mensen, blijkt veel belangrijker. “Hard werken, en met gezond boerenverstand zoeken naar de juiste balans tussen machines, mensen en euro’s. Zo zou je het ook kunnen samenvatten”, zegt Union. “We begonnen met de visie. Vroeger bleef zoiets beperkt tot een sterkte-zwakte analyse, maar dat spreekt niemand aan. We hebben het daarom vertaald naar één krachtzin: Samenwerken om Vandemoortele Izegem de voorkeursfabriek te maken voor klanten, werknemers en aandeelhouders. Nog korter geformuleerd: ‘Samen Excellent’.” Om de slogan om te zetten in actie werd een horizon van vijf jaar gekozen, legt Union uit. “We hebben in 2016 een tijdlijn voor vijf jaar ontwikkeld. Daarin staan de belangrijkste bottlenecks die we op het gebied van machines en mensen willen oplossen. Die moeten het namelijk sámen doen.”

Onze operators worden steeds veelzijdiger. Ze ­voeren kleine onderhoudstaken nu zelf uit, en kunnen ­overweg met meerdere machines en recepten
Nele Union, fabrieksmanager Vandemoortele Izegem

Factor mens

TPM toepassen betekent onder meer dat operators hun eigen proces helpen verbeteren, en dat zij eenvoudig onderhoud zelf gaan uitvoeren. Dat is niet alleen goed voor de fabriek, ook komen ­talenten zo veel beter tot hun recht. Dit gaat echter niet zonder coaching, en vraagt daarom een ander type leiderschap. “Zo kom ik vanzelf op de rol van de mens”, zegt Union. “Vroeger stond iemand hier soms de hele dag vlootjes voor margarinekuipjes in te voeren. De nieuwe manier van werken was dus een enorme verandering. Onze operators worden steeds veelzijdiger. Ze voeren kleine onderhoudstaken nu zelf uit, en ze kunnen overweg met meerdere machines en recepten. Dat mogelijk maken was één van de redenen voor een grote organisatiewijziging.”

Anders werken

Vroeger was de organisatie procesgeoriënteerd. Meestal wordt daarmee een focus op end-to-end productieprocessen bedoeld, maar in dit geval niet. “Voorheen werkte iemand hier of op de voorbereiding, of op de kristallisatie, of op een verpakkingslijn, of bij het palletiseren. We streven er nu naar, dat iedereen alle machines van één productielijn kan bedienen. Of tenminste kan werken aan de voorbereiding of kristallisatie van veel verschillende producten. De eerdergenoemde uniformiteit in de bediening van machines is daarom een voorwaarde. Wij maken namelijk maar liefst 300 verschillende margarinerecepten, op 20 productielijnen. We noemen onze nieuwe organisatie, waarbij iedereen multi-inzetbaar is, product- of marktgeoriënteerd. Je werkt nu in een team, daarvan hebben we er zes. Elk team bedient één markt.”

Lean

Ook de organisatieverandering startte met een duidelijke visie. “We doen nooit zomaar iets. Alles wordt getoetst aan de Capex, oftewel onze uitgaven.” Een van de operators bedacht C-flow als naam voor het Lean-programma. Met de ‘C’ wordt benadrukt dat er ups en downs zijn, maar dat Vandemoortele grosso modo steeds beter wordt. “Met Lean-tools zoals 5S, OEE-metingen, Value Stream Mapping, visueel management en Gemba Walks vergroten we de betrokkenheid”, aldus Union. “Betere prestaties volgen dan vanzelf.”

Het draait bij smart industry nooit om ­machines of mensen ­alleen, maar om de ­combinatie daarvan
Nele Union, fabrieksmanager Vandemoortele

Resultaten

Smart worden is geen doel op zich. Het gaat om de resultaten, en die zijn er inmiddels. “We krijgen nu, ten opzichte van 2016, ruim de helft minder klachten van klanten. Ook de hoeveelheid afgekeurd product daalde met de helft. En onze Overall Machine Effectiveness steeg gemiddeld met 6%, en bedraagt op sommige productielijnen nu liefst 80%.” Union sluit haar relaas af met een tip: “Het draait bij Smart Industry nooit om machines of mensen alleen, maar om de combinatie daarvan. En het beste moment om te beginnen is nu.” ●

Bron: Online kennissessies tijdens 5e Advanced Business & Industrial Software Summit (ABISS 2020), Kortrijk (B)

procesverbeterenleanfactory of the futuresmart industry